Gospelimages wil de Bijbelse boodschap via schilderijen zo breed mogelijk delen, zonder winstoogmerk.
Via de webshop kunt u op canvas gedrukte reproducties (‘gicleés’) van hoogwaardige kwaliteit bestellen van het schilderij van uw keuze.
De royalty-opbrengst van de verkochte reproducties wordt in zijn geheel ter beschikking gesteld aan Stichting GlobalRize "Zending via internet". www.globalrize.nl
U verlaat nu de deze website om naar de webshop te gaan.
Terug naar overzicht
Download gratis de afbeelding
Elia op de berg Karmel
1 Koningen 18:38
‘Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op’.Volledige bijbeltekst
1 Koningen 18 vers 21 tot 40
21 ’Toen kwam Elia naar voren, bij heel het volk, en zei: Hoelang hinkt u nog op twee gedachten?
Als de HEERE God is, volg Hem, maar als het de Baäl is, volg hem! Maar het volk antwoordde hem niet één woord.
22 Toen zei Elia tegen het volk: Alleen ík ben overgebleven als profeet van de HEERE, maar de profeten van de Baäl zijn met vierhonderdvijftig man.
23 Laat men ons dan twee jonge stieren geven. Laten zij voor zich de ene stier kiezen, die in stukken verdelen en op het hout leggen, maar ze mogen er geen vuur bij leggen. Dan zal ík de andere stier klaarmaken en op het hout leggen, maar er geen vuur bij leggen.
24 Roept u daarna de naam van uw god aan, dan zal ík de Naam van de HEERE aanroepen. En de God Die door vuur antwoordt, Die is God. En het hele volk antwoordde en zei: Dat is goed.
25 Elia zei tegen de profeten van de Baäl: Kies voor uzelf de ene jonge stier en maak die eerst klaar, want u bent met velen. Roep dan de naam van uw god aan, maar u mag er geen vuur bij leggen.
26 Zij namen de jonge stier die hij hun had gegeven, en maakten die klaar. Ze riepen de naam van de Baäl aan, van de morgen tot de middag: O Baäl, antwoord ons! Maar er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde. Zij sprongen tegen het altaar aan, dat men gemaakt had.
27 En het gebeurde tijdens de middag dat Elia met hen begon te spotten en zei: Roep met luide stem! Hij is immers een god. Hij is vast in gedachten! Of hij heeft zich vast afgezonderd! Of hij is vast op reis! Misschien slaapt hij wel en moet hij wakker worden!
28 Zij riepen met luider stem en kerfden hun lichamen naar hun wijze van doen met zwaarden en speren, totdat het bloed over hen heen stroomde.
29 En het gebeurde, toen de middag voorbij was, dat zij in geestvervoering raakten, tot de tijd van het brengen van het graanoffer. Er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde; er kwam geen teken van leven.
30 Toen zei Elia tegen heel het volk: Kom naar voren, bij mij. En heel het volk kwam naar voren, bij hem. Vervolgens herstelde hij het altaar van de HEERE, dat omvergehaald was.
31 Elia nam twaalf stenen, overeenkomstig het getal van de stammen van de zonen van Jakob, tot wie het woord van de HEERE was gekomen:
Israël zal uw naam zijn.
32 Hij bouwde met die stenen het altaar in de Naam van de HEERE. Vervolgens maakte hij een geul rondom het altaar, met een omvang van twee maten zaad.
33 Hij schikte het hout, verdeelde de jonge stier in stukken en legde die op het hout.
34 Toen zei hij: Vul vier kruiken met water en giet het uit over het brandoffer en over het hout. En hij zei: Doe dat voor de tweede maal, en zij deden het voor de tweede maal. Verder zei hij: Doe het voor de derde maal, en zij deden het voor de derde maal.
35 Het water liep rondom het altaar, en ook vulde hij de geul met water.
36 En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan.
37 Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt.
38 Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op.
39 Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!
40 Elia zei tegen hen: Grijp de profeten van de Baäl! Laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen af naar de beek Kison en slachtte hen daar af.’
21 ’Toen kwam Elia naar voren, bij heel het volk, en zei: Hoelang hinkt u nog op twee gedachten?
Als de HEERE God is, volg Hem, maar als het de Baäl is, volg hem! Maar het volk antwoordde hem niet één woord.
22 Toen zei Elia tegen het volk: Alleen ík ben overgebleven als profeet van de HEERE, maar de profeten van de Baäl zijn met vierhonderdvijftig man.
23 Laat men ons dan twee jonge stieren geven. Laten zij voor zich de ene stier kiezen, die in stukken verdelen en op het hout leggen, maar ze mogen er geen vuur bij leggen. Dan zal ík de andere stier klaarmaken en op het hout leggen, maar er geen vuur bij leggen.
24 Roept u daarna de naam van uw god aan, dan zal ík de Naam van de HEERE aanroepen. En de God Die door vuur antwoordt, Die is God. En het hele volk antwoordde en zei: Dat is goed.
25 Elia zei tegen de profeten van de Baäl: Kies voor uzelf de ene jonge stier en maak die eerst klaar, want u bent met velen. Roep dan de naam van uw god aan, maar u mag er geen vuur bij leggen.
26 Zij namen de jonge stier die hij hun had gegeven, en maakten die klaar. Ze riepen de naam van de Baäl aan, van de morgen tot de middag: O Baäl, antwoord ons! Maar er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde. Zij sprongen tegen het altaar aan, dat men gemaakt had.
27 En het gebeurde tijdens de middag dat Elia met hen begon te spotten en zei: Roep met luide stem! Hij is immers een god. Hij is vast in gedachten! Of hij heeft zich vast afgezonderd! Of hij is vast op reis! Misschien slaapt hij wel en moet hij wakker worden!
28 Zij riepen met luider stem en kerfden hun lichamen naar hun wijze van doen met zwaarden en speren, totdat het bloed over hen heen stroomde.
29 En het gebeurde, toen de middag voorbij was, dat zij in geestvervoering raakten, tot de tijd van het brengen van het graanoffer. Er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde; er kwam geen teken van leven.
30 Toen zei Elia tegen heel het volk: Kom naar voren, bij mij. En heel het volk kwam naar voren, bij hem. Vervolgens herstelde hij het altaar van de HEERE, dat omvergehaald was.
31 Elia nam twaalf stenen, overeenkomstig het getal van de stammen van de zonen van Jakob, tot wie het woord van de HEERE was gekomen:
Israël zal uw naam zijn.
32 Hij bouwde met die stenen het altaar in de Naam van de HEERE. Vervolgens maakte hij een geul rondom het altaar, met een omvang van twee maten zaad.
33 Hij schikte het hout, verdeelde de jonge stier in stukken en legde die op het hout.
34 Toen zei hij: Vul vier kruiken met water en giet het uit over het brandoffer en over het hout. En hij zei: Doe dat voor de tweede maal, en zij deden het voor de tweede maal. Verder zei hij: Doe het voor de derde maal, en zij deden het voor de derde maal.
35 Het water liep rondom het altaar, en ook vulde hij de geul met water.
36 En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan.
37 Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt.
38 Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op.
39 Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!
40 Elia zei tegen hen: Grijp de profeten van de Baäl! Laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen af naar de beek Kison en slachtte hen daar af.’
Uitleg bij dit schilderij
Tijdens de regering van koning Achab krijgt de Baäldienst meer en meer de overhand. Achabs vrouw Izebel gaat het volk hierin voor.
De profeet Elia, de Thisbiet, bidt tot God dat Hij een droogte zal zenden, opdat Israel (dat is hier: het noordelijke tien-stammenrijk) zal zien dat de Baäldienst God vertoornt, en het volk terug zal keren tot de aanbidding van de ware God. Elia kondigt de droogte aan bij koning Achab, en verbergt zich bij de beek Krith.
Drie jaar lang regent het niet in Israel.
Daarna moet Elia weer naar Achab gaan, en hem opdragen met het volk naar de berg Karmel te komen. Daar zal Elia het volk voor de keus stellen:
‘Als de HEERE God is; volg Hem! Maar als het de Baäl is, volg hem!’
‘Hink niet langer op twee gedachten!’
Zo gebeurt het. Er worden twee offers gebracht, één op het rechthoekige, uit de rots gehouwen altaar voor Baäl, en één op het door Elia herstelde, uit 12 stenen opgebouwde altaar voor de HEERE. De God die door vuur uit de hemel het aan Hem gebrachte offer zal verteren, is de ware God!
Baäl werd de zon-god genoemd. Zijn aanbidders geloofden dat hij donder en bliksem zond.
Maar Baäl antwoordt niet, ook al roepen de Baälpriesters urenlang tot hem, en verwonden zij zichzelf.
Dan maakt Elia het offer gereed, en laat er 12 kruiken water over uitgieten. Op zijn gebed antwoordt God met vuur dat offer, altaar en water verteert!
‘De HEERE is God!’
De Baälpriesters worden door Elia gedood, overeenkomstig Deuteronomium 13vers 1 tot 5.
Deze geschiedenis is een waarschuwing om bij het aanbidden van God niet tweeslachtig te zijn.
‘Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen én de mammon’. Mattheus 6 vers 24.
De geschiedenis van het volk Israel vertoont een terugkerend patroon van afval van God, en terugkeer tot Hem. De droogte was een tuchtmiddel in Gods hand om Israel naar Hem te laten terugkeren; om Hem te dienen met een ‘volkomen hart’. Het tuchtmiddel toont Gods genadige liefde tot Zijn volk.
Het optreden van Elia doet denken aan Johannes de Doper, die ook opriep tot bekering toen hij de komst van de Messias aankondigde. De Messias, die na hem zou komen, zou ‘dopen met de Heilige Geest en met vuur’.
Lukas 1 vers 16 en 17: ‘hij (Johannes de Doper)zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Heere, hun God. En hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Heere een toegerust volk gereed te maken’.
Jezus, de Messias, riep vervolgens ook op tot bekering: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.’ Over Zijn missie zei Hij: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis van Israel’.
Ezechiel 34 vers 16: ‘Het verlorene zal Ik (de HEERE) zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen..’
De profeet Elia, de Thisbiet, bidt tot God dat Hij een droogte zal zenden, opdat Israel (dat is hier: het noordelijke tien-stammenrijk) zal zien dat de Baäldienst God vertoornt, en het volk terug zal keren tot de aanbidding van de ware God. Elia kondigt de droogte aan bij koning Achab, en verbergt zich bij de beek Krith.
Drie jaar lang regent het niet in Israel.
Daarna moet Elia weer naar Achab gaan, en hem opdragen met het volk naar de berg Karmel te komen. Daar zal Elia het volk voor de keus stellen:
‘Als de HEERE God is; volg Hem! Maar als het de Baäl is, volg hem!’
‘Hink niet langer op twee gedachten!’
Zo gebeurt het. Er worden twee offers gebracht, één op het rechthoekige, uit de rots gehouwen altaar voor Baäl, en één op het door Elia herstelde, uit 12 stenen opgebouwde altaar voor de HEERE. De God die door vuur uit de hemel het aan Hem gebrachte offer zal verteren, is de ware God!
Baäl werd de zon-god genoemd. Zijn aanbidders geloofden dat hij donder en bliksem zond.
Maar Baäl antwoordt niet, ook al roepen de Baälpriesters urenlang tot hem, en verwonden zij zichzelf.
Dan maakt Elia het offer gereed, en laat er 12 kruiken water over uitgieten. Op zijn gebed antwoordt God met vuur dat offer, altaar en water verteert!
‘De HEERE is God!’
De Baälpriesters worden door Elia gedood, overeenkomstig Deuteronomium 13vers 1 tot 5.
Deze geschiedenis is een waarschuwing om bij het aanbidden van God niet tweeslachtig te zijn.
‘Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen én de mammon’. Mattheus 6 vers 24.
De geschiedenis van het volk Israel vertoont een terugkerend patroon van afval van God, en terugkeer tot Hem. De droogte was een tuchtmiddel in Gods hand om Israel naar Hem te laten terugkeren; om Hem te dienen met een ‘volkomen hart’. Het tuchtmiddel toont Gods genadige liefde tot Zijn volk.
Het optreden van Elia doet denken aan Johannes de Doper, die ook opriep tot bekering toen hij de komst van de Messias aankondigde. De Messias, die na hem zou komen, zou ‘dopen met de Heilige Geest en met vuur’.
Lukas 1 vers 16 en 17: ‘hij (Johannes de Doper)zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Heere, hun God. En hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Heere een toegerust volk gereed te maken’.
Jezus, de Messias, riep vervolgens ook op tot bekering: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.’ Over Zijn missie zei Hij: ‘Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van het huis van Israel’.
Ezechiel 34 vers 16: ‘Het verlorene zal Ik (de HEERE) zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen..’